TROUW: Staat aansprakelijk gesteld voor wachtlijsten in de ggz
- Bieke Jongejan
- 2 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Gepubliceerd op 7 april 2026, 07:00
Dit artikel is geschreven door Jeroen den Blijker
Voor het eerst in de geschiedenis wordt de staat aansprakelijk gesteld voor de lange wachtlijsten in de ggz. Vooral de zorg voor patiënten met ernstige psychische aandoeningen moet beter.

Het is een unicum in de Nederlandse geschiedenis. De staat wordt aansprakelijk gesteld voor de lange wachtlijsten in de ggz. De zaak wordt, na twee jaar voorbereiding, aangespannen door de stichting Recht op ggz, een actiegroep van zorgmedewerkers en (oud)-patiënten. In de dagvaarding, die vandaag wordt uitgereikt, eist de stichting dat de staat de wachtlijsten in de ggz aanpakt. Nu zijn die zo lang dat de staat tekortschiet in de bescherming van ‘fundamentele en sociale mensenrechten’, het recht op goede zorg.
Daarvan zijn de meest kwetsbare psychiatrische patiënten de dupe, zo is al vaak door deskundigen vastgesteld. Zij moeten onaanvaardbaar lang wachten, vindt de stichting, of krijgen helemaal geen passende zorg. Met alle risico’s van dien.
Ernstig lijden
Het betreft een groep van 200.000 à 300.000 mensen die lijdt aan vaak zware aandoeningen als schizofrenie, bipolaire stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, depressie, complex trauma, eet- of dwangstoornissen. Zij hebben vaak jarenlang, zo niet hun hele leven lang zorg nodig. Recht op ggz schat dat zo’n 56.000 mensen dringend psychiatrische hulp nodig hebben – hulp die er niet voor hen is.
“Vreemd genoeg is het binnen ons zorgstelsel het moeilijkst om zorg te regelen voor mensen die dat het meest nodig hebben”, zegt psychiater Manon Kleijweg, bestuurslid van de stichting Recht op ggz. Omdat de overheid verantwoordelijk is voor dat stelsel is het volgens haar logisch de staat daarop aan te spreken.
Buiten schot
De zorgverzekeraars en zorgaanbieders blijven in de dagvaarding buiten schot, hoewel Kleijweg ook kritisch op hen is. Want zij zijn verantwoordelijk voor de zorginkoop (zorgverzekeraars) en het zorgaanbod (zorginstellingen): de wachtlijsten illustreren hun falen.
Maar zij moeten onderling concurreren, zo is bij wet bepaald, waardoor het voor hen te risicovol is zich écht in te zetten voor complexe patiënten. Daarom moet de financiering van hun zorg anders, vindt de stichting Recht op ggz: dat geld moet direct van de VWS-begroting komen.
Schandaal
Hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen (Erasmus Universiteit Rotterdam) juicht het initiatief van de stichting toe. “Want dit is hét grote schandaal van onze gezondheidszorg, hoe deze kwetsbaarste groep de dupe is van het zorgstelsel.” Hij vindt ook dat de staat tekortschiet, bijvoorbeeld in het toezicht op de zorgsector.
In 2005 kwamen zorginstellingen, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars overeen dat in Nederland niemand langer op zorg mag wachten dan maximaal 14 weken. De overheid stond erbij en keek ernaar hoe zorgverzekeraars die ‘Treeknormen’ keer op keer aan hun laars lapten doordat ze te weinig specialistische psychiatrische zorg inkochten. Buijsen: “Die Treeknormen zijn, anders dan de staat beweert, geen inspannings- maar resultaatverplichting.”
Via de NZa, de toezichthouder op de zorgmarkt, hadden de verzekeraars al lang aangepakt kunnen worden, denkt Buijsen. Bijvoorbeeld door hen te beboeten of een dwangsom op te leggen.
Mensenrecht
Dat de stichting Recht op ggz de mensenrechten in deze zaak van stal haalt, vindt Buijsen een goed idee. In het milieurecht bleek dat eerder succesvol. Én, onderstreept hij, het recht op gezondheid is erkend als mensenrecht. Nederland, ondertekenaar van mensenrechtenverdragen, moet zich daar dan ook aan houden.
Dat wil niet zeggen dat aan het zorgstelsel of aan de zorg niet gesleuteld mag worden, zoals in 2006 gebeurde met de Zorgverzekeringswet. Buijsen: “Je mag hervormen, ook bezuinigen. Maar dan mag de zorg, de toegankelijkheid, betaalbaarheid of kwaliteit daarvan, niet achteruit gaan.”
Lees ook:
‘Ik dacht: dit is absurd!’
Een rechtszaak tegen de staat begin je niet zomaar. Maar psychiater Manon Kleijweg zag, na jarenlang getob en nutteloos overleg over de geestelijke gezondheidszorg, geen andere oplossing.
